Onderzoek en rondreizen in Brazilië

Paradijs

Ik ben ervan overtuigd (en Marieke met mij) dat het nergens zo leuk is om sociale geneeskunde te doen als in een land als Brazilie. Als we hier in een lab hadden gezeten, hadden we nooit de kant van Aracaju, oftewel die van een doorsnee braziliaanse samenleving, kunnen zien die we te zien krijgen doordat we bij scholen langs gaan.

Intussen kennen we de randwijken en bij behorende busroutes beter dan die in het centrum. En iedere school is weer een verrassing. De ene keer treffen we zes ruime lokalen aan met goede stoeltjes en tafels, de andere keer een klein schooltje met twee lokaaltjes en een speelplaats die uitkijkt over de lager gelegen houten daken. Maar overal is met kleuren verf en schuimrubberen vormpjes geprobeerd de boel zo vrolijk mogelijk te maken. Er hangen teksten op de muur die de sfeer op school willen weergeven: hou van de juf, hou van je vrienden, hou van naar school gaan. En dat lijkt uitstekend te lukken. In tegenstelling tot de harde hand die ik Benin heb zien regeren, waar de kids gemeen hard geslagen worden, worden kinderen hier geknuffeld en word er net zo veel gezongen en gespeeld als in Nederland.

Ook met de kinders weet je nooit wat er gaat gebeuren. Marieke en ik draaien eerst ons verhaaltje af waarin we uitleggen wat we gaan doen. Vrijwel elke zin wordt hier afgesloten met “…, begrijp je?” en dan is het altijd spannend wat er gebeurt. Ik heb kinderen lachend mijn hand zien pakken, die zich daarna gewillig lieten neerleggen. Dat zijn bijna altijd meisjes. En ik heb de angry-young-men-in- wording gezien die met woedende ogen alles over zich heen laten komen (en soms toch een traan over hun wang laten lopen) en geen woord met je willen wisselen. En dan zijn er nog de meisjes én jongens die alvast het gevoel voor dramatiek van hun ouders hebben afgekeken. Die vechten zich schreeuwend een weg het lokaal uit en krijsen hysterisch om hun juf. Ik moet zeggen dat het bijzonder egostrelend is als het lukt om zo’n kind uiteindelijk met glazige ogen luisterend naar ‘Ali Baba en de 40 rovers’ op de onderzoekstafel te zien liggen. Maar hé, dat is pas één keer gelukt tegenover de twee die we maar hebben geëxcludeerd uit het onderzoek.

Terugkomend op Ali Baba: Ik heb 30 sprookjes in het portugees gedownload en op mijn Ipod gezet, omdat mijn eigen muziek wat ontoereikend was. Tot mijn verbazing begon er vandaag in eens een meisje verrukt mee te zingen met een liedje in een van de verhaaltjes. “Deze hebben we in de klas gezongen!” Overigens ging dat natuurlijk net op het moment dat de bloeddrukmeter zich aan het oppompen was en toen moest ik mijn pijn in mijn hart zeggen dat ze niet mee mocht zingen.

Wat ook echt leuk is, en dat is een groot verschil met wat ik gewend ben, is het ontbreken van de formele collegialiteit die bij ons nog wel eens ziet. Eerst dacht ik echt dat Silvia de directrices al kende van te voren, maar dat is niet zo.

Hier gaan wildvreemden met elkaar om met een vanzelfsprekende hartelijkheid die wij bewaren voor vrienden. De juffen en de onderzoeksters slaan armen om elkaar heen, houden handen vast, maken complimentjes, bieden ons kussens aan als we met ons hoofd op een tafel in slaap aan het vallen zijn (ja, ik zie jullie denken, maar we doen dit naar goed voorbeeld van de rest, zie foto’s) en bespreken de opvoeding van hun kinderen met mensen die ze een paar uur kennen.

Ik wil deze manier van doen niet per se ophemelen - ik ben van nature wat meer op mezelf, maar het laat je als relatief gesloten Nederlander nog eens nadenken over hoe positief je de sfeer kunt veranderen door de ander zich welkom te laten voelen voor een dagje.

Afgelopen weekend hebben we de twee uitersten van het braziliaans nachtleven getest. Op vrijdag zijn we met Débora (ga er voortaan maar vanuit dat alle namen die ik ten tonele laat komen vrienden van hier zijn die we op uiteenlopende manieren hebben leren kennen) naar zo’n club geweest waar alle meisje op hun glimmendst naar toe gaan. Er waren achter elkaar enorm slechte coverbands die met nét vals zingende zangeressen knallers als I’m Yours van Jason Mraz en Pokerface van Lady Gaga lieten horen. Iedereen zong natuurlijk uit volle borst mee, waaronder ik zelf. Val met mijn blonde hoofd al wel genoeg uit de toon. Maar het was een onvergetelijke avond met alle mensen die om onze aandacht vroegen, van zelfverkozen mannelijke modellen tot eerder genoemde shiny meisjes die eerst aan Débora vroegen of die aan ons wilde in het Engels wilde vragen wat we hier deden, terwijl die zelf ook geen woord Engels spreekt.

De volgende dag gooiden we het roer om richting de hippie side of life, met psytrancefestival Aurora en de vriendengroep van Robinho en Barbara (onze beste vrienden hier, zelf overigens volstrekt normaal). Dat lag midden tussen glooiende heuvels in de omgeving van Salvador, op 4 uur rijden van Aracaju. Grote muren van rood zand en palmbomen omringden het festivalterrein en als kers op de taart lag er een meertje met aan de andere kan een kleiner podiumpje waar je met een klein jungle-achtig paadje naar toe kon lopen. Het was zo vreselijk mooi! Ik wilde er niet meer weg! De muziek was niet helemaal mijn dingetje, maar het uitzicht en de uitgelaten sfeer waren voldoende voor een supertoffe nacht. We hebben een beetje tussen de verschillende podia gependeld, gedanst en plezier gehad met onze brazilianen.Het was echt het mooiste festival dat ik tot nu toe gezien heb.

Na dit supervette weekend hebben we gelukkg een rustige week, omdat volgens Neuza de voorbereidingen voor de start van het programma van volgende week in volle gang zijn. Ik vind het prima, want komende donderdag ben ik jarig! Ik vier het niet die dag zelf, want de rest moet hier wel gewoon werken de volgende dag. In plaats daarvan vier ik het zaterdag; misschien in ons appartement, misschien in het huis van een vriend van ons. Maar in ieder geval met veel braziliaans eten, waar Barbara me mee gaat helpen.

Het regent hier nu pijpenstelen, maar we zullen die moeten trotseren willen we vanavond te eten hebben. Ik ga Marieke met dit goeie nieuws maar eens uit haar hazenslaapje wekken..

Floor

Goed voor het hart, slecht voor de enonomie

Het is compromissen sluiten tussen onze Nederlandse mentaliteit en die van de Brazilianen. Op een avond gingen Marieke en ik even onze was ophalen bij Neuza en toen vroegen we ook maar eens of er de dag er na nog een school bezocht ging worden. Het gesprek kwam terecht op de werkwijze van onze coördinator, Sylvia. Zij bleek in haar eentje, met de hand, uit de 1280 kinderen tellende lijst de juiste te selecteren op basis van de leerlingenlijsten van de verschillende Aracajuaanse basisscholen. Met die lijsten ging ze dan naar de basisscholen toe, om ons onderzoek aan te kondigen en de school op de hoogte stellen van welke kinderen en hun moeders beschikbaar dienden te zijn de dagen erna. Maar Sylvia bleek geen telefoon te hebben, en ook geen auto om naar de basisscholen te reizen. Alles gaat met de bus. En dus ontzettend traag.

We hadden ons al verbaasd over dat er niet allang een schema gemaakt is voor alle te bezoeken scholen voor de komende tijd. Maar dat het zo van dag tot dag geregeld werd, hadden we niet kunnen bedenken. Vervolgens hebben we diezelfde avond met Neuza, die onze urgentie gelukkig begreep, een strategie uitgedacht om met het hele onderzoeksteam de scholen te benaderen, zodat er alsnog een effectieve planning gemaakt kan worden en niet alles van Sylvia, die geen mobiele telefoon en geen auto heeft en geen zin om elke dag voor vele busritjes te betalen.

Maar nu, anderhalve week later, lijkt de organisatorische bal te zijn gaan rollen. Ricardo, onze begeleider, is weer terug van een drie weken durende studiereis en meteen was er vandaag een vergadering met de onderzoeksgroep. Hij vertelde dat het regionale ministerie van Sociale Zaken is ingeschakeld, die een overzicht hebben met informatie van alle gezinnen die overheidssteun ontvangen, waaronder de 1500 kinderen voor onze studie. Bovendien wordt er een ruimte beschikbaar gemaakt waar de kinderen en hun moeders ons voortaan komen opzoeken voor de onderzoekjes (in Amsterdam is het ook zo gegaan, afgelopen zomer zijn er 5000 kinderen in Nemo opgemeten).

Ik ben zo opgelucht door deze pragmatische actie! Misschien gaat het ons lukken om 500 kinderen te zien voor we weg gaan, genoeg om een stageverslag over te schrijven in de vorm van een studieprotocol. Aan het eind van het jaar ontvangen we dan de hele dataset en gaan Marieke en ik aan de slag om een artikel te publiceren waarin een vergelijking wordt getrokken tussen Brazilie en Nederland.

Nog iets goeds voor het hart: Aracaju staat graag bekend als de Hoofdstad van de Levenskwaliteit, met als subtitel Aracaju – Fietstad. Midden tussen de grote wegen door de stad lopen hier dus soms (met nadruk op soms) fietspaden. We hebben in een van de megasupermarkten twee fietsen gekocht en wagen ons tussen auto’s en bussen door, op zoek naar stukken fietspad. Het is bijvoorbeeld een half uur fietsen naar het strand en dat is stukken beter dan de loeihete bus.

Het bussysteem is opzich goed, maar heel verwarrend. Tot drie keer toe zijn Marieke en ik nietsvermoedend in de bus gestapt die weliswaar naar ons huis ging, maar wel eerst de hele stad door circuleerde (opzich heten die bussen ook weinig verhullend “circulars”, maar die dingen zie je makkelijk over het hoofd als je ergens nieuw bent ).

Zo wordt onze stad ineens een stuk beter te behappen. Hij is niet veel groter Utrecht. Zo voelt het al helemaal als we bijvoorbeeld uitgaan aan de kust, waar alle clubs en barretjes zijn. Wie we ook tegen komen, iedere keer blijkt die weer via familie of vrienden verbonden te zijn met de vrienden die we hier al hebben.

Eens kijken of ik iedereen bij elkaar kan krijgen over twee weken, als we hier mijn verjaardag gaan vieren.

Foto’s van onze forró-vorderingen zijn voorlopig mislukt. Ik zal eens kijken of er een filmpje van maken valt. Over een paar dagen beginnen de Festas Juninhos (een maand lang forró in de hele stad), dat levert ongetwijfeld mooie momenten op.

En nu, ga ik naar het strand.

Liefs,

Floor

Dansen en een lesje geduld

Met dansen bereik je hier iedereen. Marieke en ik hebben van YouTube de pasjes geleerd van de pagode, een vorm van samba. Het is ons strikte voornemen geworden om een beetje samba onder de knie te krijgen, want in Salvador vielen we keihard door de mand toen de eerste noten door de ruimte schalden. Vorige week lieten we onze vorderingen zien aan aan de directrice van de eerste basisisschool waar we metingen hebben verricht. We deden dit uit pure verveling in een van de vele uren die we hebben zitten wachten, vanwege de harde realiteit dat de brazilianen kletsen veel leuker vinden dan dingen effectief plannen.

We hadden niet kunnen voorspellen dat de op het oog wat stijve 50+-er ter plekke smolt. Jubelend liet ze ons laten zien wat de pasjes zijn voor forró (fohó), vrij oppervlakkige en enorm kleffe muziek met dito dansvorm. Maar aangezien de héle maand juni in deze regio in het teken staat van forró, leek het ons wel handig.

Diezelfde ochtend hebben Marieke en ik 12 kinderen gezien. Ze ondergingen bij Marieke eerst een lengte- en gewichtsmeting, en daarna bij mij een bloeddruk meting. Nu is het lastige van de bloeddruk, dat die bij het minste of geringste al de hoogte inschiet. Bij beweeglijke kinderen van 5 is het dus noodzakelijk om ze eerst een paar minuten te laten liggen voor de liggende bloeddruk en daarna weer een tijdje te laten zitten voor de zittende. Bovendien mogen ze tijdens de meting niet te veel bewegen en hun vooral niet de arm waaraan de meting gedaan wordt. Dat blijkt bijzonder lastig als er zich een band om je stevig rond je arm opblaast en al je vriendjes om je heen staan te koekeloeren naar wat er met je gebeurt. Maar met wat hulp van een paar leden van de onderzoeksgroep zaten op ten duur 5 kinderen netjes in een hoekje te spelen, terwijl er verspreid door het lokaal drie kinderen alvast klaar lagen op tafels. Voor de onrustigste kinderen had ik ook nog mijn Ipod met muziek in de aanslag. Fantastisch systeem!

Verder bestaat de onderzoeksgroep uit een tandarts, een logopediste en een paar meisjes van onze leeftijd die vragenlijsten afnemen bij de moeders over de sociaal-economische status van het gezin en de gezondheid van hun kind. Hoewel een groot deel van vergaderingen langs ons heen gaat, is iedereen ontzettend vriendelijk en bereid om Marieke en mij de beste omstandigheden te geven. Zo kregen we in de middag ons eigen lokaal, omdat duidelijk was dat wij rust nodig hebben voor nauwkeurige metingen.

Tussen de middag zijn we –na veel waarschuwingen – even de wijk ingelopen waar deze school staat. Zelf wonen we namelijk in een keurige buurt, dicht bij het centrum, en hier zag het er een stuk armoediger uit. Half met gras overgroeide spoorlijn, ezels ernaast, kleine lage huizen en schaars geklede, veel te dikke mensen (armere mensen eten vaak ongezonder) Maar ook: muziek uit open deuren, mensen op straat en uit ramen en overal stalletjes met fruit, pinda’s en kokosnoten.

Later vertelde Neuza – onze eerste hulp bij alles, logopediste in ons onderzoek, en woonachtig in het complex naast ons - dat de directrice van deze eerste basisschool bij het afscheid geëmotioneerd raakte. Ze was vereerd dat wij haar basisschool, in zo’n arme wijk, als eerste hadden uigekozen om de metingen te verrichten (terwijl dat gewoon toeval is). Dat er ook nog twee Nederlandse meisjes bijzaten ging alle verwachtingen te boven, want de kinderen hier hadden nog nooit ‘zulke mensen’ in het echt gezien.

Dit verhaal deed nog een schepje bovenop het gevoel dat Marieke en ik ondanks het sfeervolle straatbeeld al hadden na ons pauzewandelingeje: op sommige plaatsen is de grandeur uit de foldertjes over dit land ver te zoeken.

Maar ons braziliaanse huishoudentje loopt op rolletjes. Op tien minuten lopen ligt een grote supermarkt, waar we behalve onze dagelijkse boodschappen een tostiapparaat en ook alvast Nederland-t-shirts hebben gehaald voor de WK (oftewel, de Copa). We verplaatsen ons per bus, het is bijvoorbeeld een half uur naar het strand.. En soms met de auto van vrienden die we hier hebben gemaakt.

En dan zijn de eerste twee weken hier alweer voorbij gevlogen!

Floor

Gefeliciteerd, meisjes! Uh, waarmee? Met het leven!

Eyjafjallajokull is getackeld! Over naar Aracaju.

Mijn begeleider, Ricardo, had Marieke en mij van te voren aangeraden “om wat woorden portugees te leren”. Het was daarna meer vanwege ons eigen enthousiasme dat we ons op een cursus aan de Volksuniversiteit hadden gestort, en ik daarna de basis nog wat heb uitgebreid met software en een in Amsterdam wonende braziliaanse. Wat Ricardo had verzaakt te vermelden, was dat vrijwel alle leden van onze onderzoeksgroep niet verder komen dan “Goedjiemognieng”. Vergaderingen vinden het liefst plaats op hoog tempo, luid volume en minstens twee spreeksters tegelijkertijd. In het Portugees.

De eerste reden dat we zo in de bus naar Salvador maar een wat woordjes gaan stampen.

Want ons onderzoek is natuurlijk nog niet begonnen. Zoals het het nu gepland staat, beginnen we deze donderdag. Niet dat hier niets geregeld wordt, maar het gaat wat traag en inefficient. Zo hebben we vorige week donderdag dus een lange vergadering gehad en zijn er afspraken gemaakt over het verloop van ons onderzoek. Marieke en ik zullen de tijd krijgen om onze metingen uit te voeren op de kinderen, waarna die voor allerlei andere testjes door de rest van de vrouwen uit het team worden gezien. De kids zitten intussen op de basisschool, allemaal in en rond Aracaju, en wij zoeken ze daar op.

Ik zit dus met Marieke in een appartement met twee slaapkamers, twee badkamers en een huiskamer en keuken. We hebben ook nog eens gratis internet, omdat we nog net in het bereik van de wifi van het internetcafé in de straat vallen. Eén bezoek met onze laptop aan dat café was voldoende om het wachtwoord te krijgen, en tadaa.

Verder lijkt Aracaju weinig Braziliaans. Keurige huizen, veiligheid op straat, geen favela’s. Eerst waren we daar even nogal teleurgesteld over. Dat was niet helemaal wat ik me bij dit land had voorgesteld, en voor Marieke was het een koude douche na drie maanden rondreizen in andere steden. Daarom zijn we vrijdag halsoverkop naar Salvador gevlucht. Eén van de gevaarlijkste steden van Brazilie, en met het allermooiste oude koloniale centrum. Bovendien zijn hier de Afrikaanse roots van dit land nog het meest aanwezig. Nergens lijken de mensen, de muziek en de religie nog zo op die van de traditionele volken uit Ghana, Nigeria en oh vreugde (wat zeg ik, hysterie) Benin, waar ik in 2006 vijf maanden gewoond heb.

We zaten met ons hostel midden in de wijk waar het allemaal gebeurt en ik was in een klap weer helemaal gerustgesteld over dit land. ’s Avonds kwam er uit alle hoeken muziek van live bandjes en stonden mensen op straat te dansen en biertjes te drinken. De volgende de dag vielen de eerste zonnestralen over de stenen steegjes en vrolijk geschilderde huizen, toen we op straat even ontbeten bij een vrouwtje met koffie, broodjes en tapioca. Tapioca is een soort meel waar je een soort pap of koek van kunt maken. Ik heb me er in Benin vele malen griezelend mee door een ontbijt gewerkt en de oude walging bleek nog springlevend. Ik heb de pap aan Marieke overgelaten die hem wel lekker vond.

Verder waren er barokke kerken met levensechte, bijna horrorachtige Jezusbeelden (inclusief afgestorven handen en voeten), een stralend blauwe zee, en een Jugendstil lift die ons van het toeristische, hoger gelegen Cidade Alta naar het onveiligere lagere deel Cidade Baixo bracht. Tja, wat dat betreft heb ben ik daar meteen full monty voor de Brazilaanse ervaring gegaan, want nog geen kwartier later werd Marieke’s camera bijna gejat. Een man trok hem uit mijn handen toen ik een foto aan het maken was. Maar agressief als ik blijk te zijn, begon ik meteen te schreeuwen en hield het koordje nog vast. Toen ik de achtervolging al half had ingezet, brak het koortje en viel de camera op de grond, precies in een plas met water. De man rende weg, maar de camera verdronk..

We zijn daarna maar snel weer naar boven gegaan. Toen bleek ook weer dat de meeste Brazilianen allesomvattend vriendelijk zijn; twee mensen hadden het gezien en kwamen vragen of alles goed was toen we al een paar straten verder waren.

Later waarschuwden mensen ons af en toe nog als we een straat in wilden lopen die blijkbaar niet in orde was, maar zo hadden we snel door wat onze beweegruimte was. Salvador is dus onveilig, maar het woog niet op tegen het niet aflatende enthousiasme van de Brazilianen over ons portugees (desondanks), onze pogingen tot sambadansen en ons blonde haar.

Nu zijn we weer terug in Aracaju. Gister hebben we een krant gekocht, daar ga ik zo maar eens een woordenlijst mee aanleggen.

Dan nog even wat praktische zaken.

Voor brieven en onverwachte bezoekjes ben ik te bereiken op:

Rua Senador Rollemberg 550

apto. Abaís 302 (<- naam van het appartement)

CEP 49 015120

Aracaju, SE (<- Sergipe, de staat)

Brasil

En voor smsjes of een mondelinge toelichting:

floor.vandijk (Skype)

of

+55 79 98069228

Veel liefs!

Floor

Nog 2 weken in NL

Tja, ik was dus een van de duizenden gedupeerden wiens vlucht afgelopen donderdag gecancelled werd vanwege de gewraakte aswolk. Nadat ik eerst nog opgelucht de vlucht naar afgelopen zaterdag had geschoven, verloor ik gaandeweg de hoop dat ik nog snel in Brazilie zou raken. Helaas was dat terecht. Ik kan pas 3 mei weer vliegen.

Voor mijn stage heeft het gelukkig niet zo heel veel gevolgen, behalve dat ik de bloeddrukmeters moest meenemen die voor het onderzoek zouden worden gebruikt. Die metingen zijn nu dus een paar weken uitgesteld.

Mijn Amsterdamse huis al onderverhuurd, bivakkeer ik komende twee weken bij mijn ouders in Utrecht. Intussen ga ik maar wat zin maken in Koninginnedag.