
Schreef ik twee weken terug vanuit een nat São Paulo, nu moet ik het doen met een grijs en verzuipend Rio de Janeiro. Deze stad waar het strand de eerste reden van leven is (crack even daargelaten, in Ipanema wordt de indruk gewekt dat die kant van de stad niet bestaat) moet het nu dus maar doen met zondagmiddagwandelingen in het de botanische tuin. Ik hoorde dat zelfs het straatfeest waar uitgaanswijk Lapa om bekend staat, niet tot zijn recht wilde komen afgelopen vrijdag. Wij stonden op dat moment te glunderen bij de beste samba-jamsessie die ik ooit heb gezien in een cafeetje waar we mee naar toe waren genomen door een Tsjech die ik op de boot naar Manaus had ontmoet. De avond begon met vijf muzikanten die met twee kleine gitaartjes en drie soorten percussie al hele fijne muziek lieten horen, maar later kwamen daar twee mannen bij met ieder een 7-snarige gitaar. De twee extra snaren zorgden voor een ingebouwde baspartij en die gaven een su-per-mooie gelaagdheid die het snerpende ritme van daarvoor een beetje zachter maakten. En intussen zaten er een publiek van tussen de 23 (ik) en 60 stevig biertjes achter over te tikken en te kletsen. Perfecte combinatie!
Ik heb tussen deze twee regensteden wel een kleurtje kunnen opbouwen, gelukkig. Na São Paulo hebben we de bus naar Brasilia gepakt. Daar was het 35 graden in de zon en kurk- en kurkdroog. We konden logeren bij Michel, een man die ik ken via twee vriendinnen in NL. Hij heeft ons een paar dagen enorm verwend met een appartement met gratis sauna en zwembad en autoritjes langs fantastische vegetarische restaurants en zonondergangen over de futuristische skyline van de stad. Brasilia is namelijk alles behalve vriendelijk voor backpackers zonder auto. De stad is enorm uitgestrekt, met brede autowegen en veel grasvelden, waardoor de te lopen afstanden enorm zijn. Bovendien zijn er oversteekplaatsen de vorm van tunnels in plaats van zebrapaden, waardoor je gedwongen bent iedere keer naar zo'n tunnel te lopen.
In het centrum liggen de overheidsgebouwden, vrijwel allemaal ontworpen door Oscar N., allemaal vrij strak, maar elegant gevormd en met veel wit en lichtgrijs beton. Maar het feit dat al die rare vormen naast elkaar liggen levert in combinatie met de droogte, de brandende zon in een strakblauwe hemel, vanuit Michel's auto die over de brede autoweg zoeft een waanzinnig futuristisch panorama op. Daarbij vergat ik maar even dat de armere noord-oostelingen die de stad hebben helpen bouwen, nu alsnog in favelas aan de rand leven en dat het volstrekt onhandig en sfeerloos is om woningen en restaurants/winkels in blokken te clusteren in plaats van ze te mengen.
Michel werkt als pr-man voor een senator, in het gebouw van het National Congress. Hij heeft ons meegenomen naar de Eerste en Tweede Kamer, die als een koepel en een kom uit het dak van het gebouw komen. Heel erg tof om die ruimtes van binnen te zien. Helaas ligt de besluitvorming daar nu nogal op zijn gat, omdat over een paar weken de verkiezingen zijn. Vrijwel iedereen die verkiesbaar is, is zichzelf nu in de uithoeken van dit land aan het verkopen. Ik heb dus geen baanbrekende beslissingen genomen zien worden. Daarna zijn we nog even naar de kamer van de senator zelf geweest, die nu voor een zakenreisje weg was. Daar hebben we foto's gemaakt op diens bureau waar Michel van zwoor dat ik ze niet openbaar mag maken omdat het hem z'n baan dan kost. Kortom: kom maar langs voor de foto's!
Na drie dagen zijn we vertrokken naar de Chapada dos Veadeiros, een natuurgebied iets ten noorden van Brasilia. We hebben drie dagen lang over savanne-achtige landschap (cerrado) gestruind, op weg naar watervallen om in af te koelen. Het was geen gebied voor lange treks, dus we hebben dagtochten gedaan, maar in de nog altijd brandende zon was dat wel ook wel genoeg om het leuk te houden. De mooiste waterval was 120 meter hoog, waar je van een afstand, hoger dan de waterval zelf, naar keek. Hij kwam over een enorme klif heen gestort, en liep verder door een groen dal dat verder op weer cerrado werd. Mooooooi!
Hierna zijn we naar Ouro Preto geweest, een van de bekendste koloniale steden van Brazilie die begon als een oude mijnstad. In de staat, Minas Gerais, liggen nog steeds de belangrijkste mijnen van het land en alles draait om goud en edelstenen. Ik dacht dat ik mijn deel aan koloniale stadjes wel gehad had, maar Ouro Preto was echt het mooiste dat ik gezien heb. Het hele oude centrum bevat zo goed als geen 20ste-eeuwse gebouwen, er zijn 100 kerken (vrijwel allemaal op verhogingen) en het stadje is ook nog eens omringd door groene bergen.
Hierna werd het al bijna tijd om terug te keren naar Rio, maar we om het contrast even te maximaliseren hebben we ons eerst twee nachten teruggetrokken in een oud klooster, midden in nationaal park Caraça. Ook hier weer prachtige uitzichten, watervallen, stukken regenwoud afwisseld met cerrado. Maar waar het gebied vooral om bekend staat zijn de roodharige wolven. Een van de broeders is een aantal jaar geleden begonnen met het klaarleggen van etenresten, en intussen zijn de wolven er aan gewend geraakt. Elke avond gaat iedereen klaarzitten voor het ritueel van wachten tot de wolven komen. Wij kwamen er per ongeluk al voor zonsondergang eentje tegen die blijkbaar zo tam was dat hij alvast was komen kijken, maar het ritueel was 's avonds alsnog heel indrukwekkend. Iedereen zit klaar (naar goed Braziliaans gebruik zo hard pratend dat je je afvraagt of de beesten niet gewoon ergens in een beschut hoekje de vuilnisbakken zijn gaan leegeten), en ineens verschijnt er dan een wolvenkop op de trappen, die daarna voorzichtig het bordes op loopt en hapjes uit de klaargezette bak begint te snaaien. Op een gegeven moment kwam er zelfs nog een tweede. En we hebben daar zeker drie kwartier gezeten, op 3 meter afstand van een dier dat je naar de strot zou kunnen vliegen..
We zijn de dag er na nog een middag naar Belo Horizonte geweest, waar 's nachts de bus naar Rio zou vertrekken. Daar hebben we weer modernistische wijk bekeken, Pampulha, die in sociaal opzicht even mislukt was als Brasilia (dat wil dus zeggen: waar arme mensen harmonieus hadden moeten samenleven, wonen nu stinkend rijke mensen achter hoge hekken), maar architectonisch wel heel mooi met gebouwen van Oscar en zijn kornuiten.
En nu dus billenschudden in Rio. Helaas vallen er nogal wat hoogtepunten van de stad weg nu het de steeds regent (en zal blijven regenen de rest van de week) en het strandleven gereduceerd is tot 4 diehards die tóch in hun strakke speedo's gaan volleyballen om niet voor niets naar de sportschool te zijn geweest. Bovendien staat het bekendste voetbalstadion Maracanã alvast in de steigers voor de WK van 2014. Geen voetbalwedstrijd dus. Maar gelukkig waren de caipirinha's in Lapa gisteravond toch alsvanouds lekker en maken we ons nu op voor wat dirty dancing in een favelaparty (klinkt gevaarlijker dan het is, aangezien ik niets van waarde meeneem). Bovendien blijf ik blij worden van de toppen bedekt met regenwoud die hier regelmatig vanachter een gebouw vandaan piepen. Af en toe komt dan het christusbeeld even in zicht, en dan..schiet er door mijn hoofd dat dit het al bijna is. Nog 4 dagen, en dan het gedaan met mijn veldonderzoek naar de brazilianen en hun gewoontes en de bloeddrukken van hun 5-jarigen. Komende vrijdag kom ik om 8 uur 's avonds weer terug. Ik ben dan even een weekendje in Utrecht voor de verjaardag van mijn vader, maar vanaf maandag ben ik voor de Amsterdammers weer beschikbaar voor foto's en het uitwisselen van alle verhalen die niet meer op mijn blog pasten (of mochten) en die dingen die zich hebben afgespeeld in mijn 5 maanden afwezigheid.
Ik heb heel veel zin om jullie weer te zien, en bedankt voor het lezen van mijn verhalen (de statistieken laten zien dat sommige verhalen meer dan 400 keer zijn bezocht, JEMIG) en de leuke berichtjes.
Dan ga ik nu nog even vier dagen genieten, in de regen, maar in het mooiste land van de wereld.
Ik schrijf dit vanuit een totaal andere wereld, met het portugees dat als enige niet veranderd is. Het culturele binnenleven van het 14-grade warme São Paulo steekt scherp af tegen het lijdzaam wachten tot het afnemen van de loeihitte die vanaf de oevers van de Amazone tussen de hangmatten op de boot van Belem naar Manaus bleef hangen. Al wekt de hier diep in de keel uitgesproken r de indruk (onterecht overigens) dat de mensen hier stiekem toch best graag op de New Yorkers willen lijken waar hun stad regelmatig mee vergeleken wordt.
Mijn verplaatsing van het noorden naar het zuid-westen van Brazilie ben ik dus begonnen met 5 dagen, 6 nachten op de boot. De bootbevolking was een perfecte doorsnede van de lokale populatie: moeders met kinderen (tot wel vijf) met soms een vader erbij, een rits mannen alleen die de dag de verveling met alcohol en domino verdreven, een alleen reizende intellectueel met twee gitaren en een hoornel bril, acht backpackers en een 18-koppige band op weg naar een show in een van de dorpen onderweg, die 's avonds de hele meute aan elkaar musiceerde. De gitaren van de intellectueel en twee Tjechen en de onophoudelijke muziek van het bovenste dek (meestal brega, een soort dansbare Jan Smit) zorgden voor de muziek, en de enorm gladde dansers van de band trokken iedereen het dek op om wat pasjes te proberen. Brega bleek gelukkig écht de allermakkelijkste danssoort van dit land, dus ook ik heb me in de armen van een van de twee enorm nichterige mannelijke leden laten rondzwieren (tot groot vermaak van de eerdergenoemde alleenzijnde mannen die steeds zatter werden naar mate de avond vorderde, en voor wie op de grond vallen geen reden vormde voor stoppen met het bier, maar die eigenlijk natuurlijk gewoon het lef niet hadden om in nuchtere toestand een woord met ons vrouwen te wisselen). 's Avonds kroop ik in mijn hangmat, waarbij ik precies één houding had waarin ik niet tegen de mensen naast en onder me aan lag. De eerste avond heb ik nauwelijks geslapen van opwinding over dat ik met volstrekt vreemden meteen zo'n privacy deelde, maar ik ben er eigenlijk wel snel aan gewend geraakt. Na drie dagen stapte helaas ongeveer de helft van de boot, inclusief de band, uit in Santarem en werd het een stuk stiller aan boord. Ik heb me toen nog een dagje vermaakt met het kijken naar de oevers met grasvelden en regenwoud, en af en toe wat visserskinderen die hun kano's vastmaakten aan onze boot en garnalen kwamen verkopen, maar op de vijfde dag ging ook daar de lol van af. Gelukkig kwam ik toen 's ochtends vroeg in Manaus aan, de hoofdstad van de Amazone, die absoluut niet aan het plaatje voldeed dat ik er me er van had gevormd. Een miljoenenstad met industrieterrein en een bedrijvigheid die zich niet onderscheidde van een stad die níet midden in het regenwoud ligt. Gelukkig had ik mezelf daar al een beetje op voorbereid en was het door mezelf gestelde 'doel' van mijn hele reis vooral figuurlijk. Ik had 1 dag om een driedaagse tour te regelen en de volgende dag vertrok ik per boot naar een lodge op een uurtje reizen van Manaus. Ik heb vanuit die lodge een middagje piranhas gevangen, kaaimannen gezien, een rondje jungle gemaakt waarbij wat medicinale planten werden aangewezen en een nachtje in een hangmat in het woud geslapen. Het was allemaal iets tammer dan ik me er van had voorgesteld, met veel stelletjes op huwelijksreis en Brazilianen die zo hard praatten dat eventuele wilde dieren al lang gevlogen waren. Maar ik heb het idee dat ik in de Amazone was zijn werk laten doen en al met al wat het toch wel tof.
Hierna verliet ik de arme zijde van dit land en ben ik naar Rio de Janeiro gevlogen. Daar kon ik de volgende dag EINDELIJK Marten (mijn vriend) op het vliegveld in de armen te vliegen. Dat was echt fantastisch, zijn fenomenale eerste woorden “Wat ben je bruin, liefste..” gonzen nog steeds na in mijn hoofd. We zijn niet lang in Rio gebleven, want we hadden liever de privacy van tropisch eiland Ilha Grande. Daar hebben we een paar dagen in een idyllisch hotelletje met waterval langs de tuin gezeten en van witte stranden en tropsich regenwoud (kortom; van elkaar) genoten. Het was even wennen om niet meer in mijn eentje de beslissingen te maken, of op de geoliede machine te kunnen terugvallen die Marieke en ik vormden, waarin we allebei even goed met de mensen om ons heen konden communiceren en eigenlijk halve brazilianen waren geworden, Maar omdat de omgeving hier dus totaal anders is, met veel Engels sprekende mensen, een beter georganiseerd en op toeristen toegespitst openbaar leven, moest ik mijn reisgewoontes toch al aanpassen. En dus lopen we nu sinds twee dagen in onze dikke kleding door een druilerig São Paulo, met desondanks indrukwekkende gebouwen van bijvoorbeeld Brazilies bekendste architect Oscar Niemeyer e. We logeren bij Pedro, een vriend die ik in Aracaju heb leren kennen.
Het sjieke van São Paulo liet me definitief beseffen hoe onderontwikkeld het noorden van dit land is. Maar dat wil niet zeggen dat het hier arrogant is. Er zijn museums gewijd aan de verschillende roots van Brazilie, en ook sommige architecten laten met hun stijl zien dat de arme kant van dit land de werkelijke ziel vormt, die niet vergeten mag worden. Vandaag heb ik in het Museum van Moderne kunst naar een fotografie tentoonstelling gekeken waar alle staten gerepresenteerd werden en toen voelde zelfs deze Nederlander een vonkje trots over de veelzijdigheid van dit land. Ik heb enorm veel zin om de komende drie weken de intellectuele kant van Brazilie te zien, om dan in de laatste week nog even de rauwe kant op te zoeken in Rio.
Jullie horen nog van mij!
Afgelopen anderhalve week ben ik hele noordkust afgereist, naar Belem (zeg: Beleeng), de grootste havenstad van de Amazonerivier, die hier in zee uitkomt.
Na Natal ben ik met de twee Denen en twee Nederlandse meisjes naar Pipa gegaan. Daar wilde ik temidden van witte stranden (het zal eens niet zo zijn), rotspartijen en een dolfijnenbaai mijn surftechnieken verfijnen. Steffen, een van de twee Denen, had precies dezelfde ambitie en samen hebben we dus drie dagen de golven getrotseerd, en met succes!
Tussendoor heb ik met hem nog langs de kleinere straatjes van het dorp gestuind, de locale club met enorm foute house onveilig gemaakt en de dolfijnenbaai verkend. Het was niet zo moeilijk om de dolfijnen te vinden, want ze speelde eigenlijk de hele dag tussen de toeristen, maar dat maakte de belevenis er niet minder van. We hoefden maar 15 meter de zee in te zwemmen en ze kwamen al op drie meter langs zwemmen. Echt prachtig, het voelt heel intiem om het water te kunnen voelen bewegen door de aanwezigheid van die dieren. Met hun gespuit (helaas geen sprong gezien) en hun net hoorbare geklik onder het wateroppervlak lieten ze toch wel even voelen dat zij degenen waren van wie die baai eigenlijk was.
Na Pipa ben ik in de bus gestapt naar São Luis, een koloniale stad met veel oude Portugese architectuur. In deze bus kwam ik na twee weken non-stop backpackers om me heen terecht tussen de braziliaanse families die terugkwamen van vakantie aan de noordoostkust. Heftige discussies over God en over de president vlogen me om te oren, en daarna braken twee studenten het ijs door met me te gaan kletsen. Na een half uur wisten alle mensen om me heen mijn naam en was het signal groen voor een meisje van 9 om mijn portugees op de hak te testen ("Zeg eens "Melhor". Nee, nee, me-lhor. Nee! Ooooh. Het is melhor! Mèè-lll--jjj-oooo-ggghh)" en voor de mannelijke helft van het studentenstel om me knipogend te vertellen dat ik hem vooral moest bellen als ik nog uitwilde ik São Luis. Niet gedaan.
Toen ik in São Luis eenmaal langs allerlei mooi betegelde huizen aan het wandelen was, werd ik aangesproken door een ander stel (hij Braziliaan, zij Chinees, beide student in Parijs) die me later uitnodigden voor een biertje en daarna om bij zijn familie te komen logeren In Belem . Maar natuurlijk! Ze boden me ook nog aan om me op te komen halen van de bus wanneer ik aan zou komen, ontzettend lief.
Ik ben alleen die middag in São Luis gebleven, want de volgende dag wilde ik naar de Lençois Maranhenses, een duingebied zo groot dat het een woestijn lijkt. Omdat ik de dag daarna al weer in de bus naar Belem zou stappen, had ik een behoorlijk strakke planning met precies drie kwartier om in de brandende zon met backpack zowel te lunchen als zo goedkoop mogelijk een tour te regelen voor die middag. Maar het lukte en en even later zat ik in een hobbelige 4x4 op weg naar het duingebied. Eenmaal op de hoogte duin was het uitzicht verpletterend mooi en heel even waande ik me terug aan de rand van de Sahara van Tunesië. Maar tussen deze witte duinen lagen stralend blauwe zoetwater meertjes, bestaande uit opgespaard regenwater. Ik heb de groep even ontweken en heb een meertje voor mezelf gezocht: geen mensenstemmen, total wit zand, en dan nog een beetje wind en kabbelend, glashelder water. Echt prachtig.
De volgende dag heb ik ‘s ochtends wat boodschapjes gedaan in het stadje bij de Lençois en toen ik in het haventje een boekje aan het lezen was, kwam er een oudere man met met kletsen die even later vroeg of ik zin had om de tijd die ik op de bus moest wachten, bij zijn familie door te brengen. Ja hoor! En zo zat ik even later het huis van deze Manuel, en ontmoette ik mijn eerste braziliaanse naamgenoot, zijn vrouw Flor. Ik heb de rest van de ochtend met de familie gegeten. Daarna heb ik met Manuel en Flor vanuit hangmatten het schandaal rondom de moordzaak van Bruno, een voetballer van Flamengo (club uit Rio) doorgenomen, de nederlandse voetbalselectie besproken met de kleinkinderen, foto's gemaakt van hun pogingen tot handstanden en ten slotte nog aan de kleinste van 5, de underdog, geleerd hoe hij een megairritant geluid kon maken met het tuutje van zijn ballon, zodat hij z'n broertjes een beetje terug kon pakken. Echt hartverwarmend.
En na een nachtrit naar Belem werd ik inderdaad opgewacht door het braziliaans/chinese stel. Ik heb geslapen in het leegstaande appartement van zijn vader, waar niets anders hing dan mijn net gekochte hangmat. Ik heb de rest van de middag en avond met hen doorgebracht, en tussendoor een bootticket gekocht naar Manaus, de hoofdstad van de Amazone. De meeste mensen vliegen dit, maar ik wil het beleven. Vanavond stap ik aan boord en zal ik 5 dagen omringd zijn door nog meer brazilianen , veel water en hopelijk af en toe wat dorpen. Misschien moet ik toch mijn boeken maar bovenin mijn backback stoppen..
Tot volgende week!
Floor
Ik denk dat het daar in Morro de São Paulo op mijn gezicht geschreven heeft gestaan dat ik wat eenzaam was, want uiteindelijk werd ik opgepikt door allerlei verschillende mensen. De Isrealiers bleken natuurlijk eigenlijk helemaal niet zo'n eng en ondoordringbaar, want uiteindelijk is iedereen mens. En het fijne van grote groepen is dat je er dan de juiste uit kunt kiezen. Dus zo heb ik aan heel wat waterpijprondjes met appeltabak mee gedaan, ontdekt dat Aapje-aapje-aapje-olifantje óók in het Hebreeuws gaat en een shabbatviering bij gewoond. Dat was prachtig trouwens; er was één jongen die al 6 maanden koosjer voorzich zelf aan het koken was, en hij begon met het shabbat gebed. Al snel stroomden er wat mensen toe en het was echt een feest om van de gezichten af te lezen hoe iedereen voor eventjes terug was in het Israëlse. Hij was trouwens wel de enige die deze tradities naleefde, de rest onderscheed zich niet van de andere feestende backpackers.
Ander hoogtepunt van de week op mijn onderbezette tropische partyeiland was een nogal treurig strandfeestje met misschien 50 mensen, waarvan zeker de helft braziliaanse binken die dachten dat ze de westerse chickies wel even konden scoren. Maar zoals meestal liep ik juist de lieve tegen het lijf, die de traditionele forró bleek te kunnen dansen. Ik heb dat in het begin al eens genoemd, maar dat is dus de dans waar Marieke en ik 3 lessen in hebben gehad. En aangezien deze kerel echt heel goed kon leiden, zwierde ik al snel over het strand. Wat een feest! Die avond ook nog andere mensen ontmoet, met wie ik de dagen er na weer op het strand gehangen en biertjes gedronken heb.
Ik heb deze plaats ook een beetje gebruikt om te bedenken wat ik wilde maken van deze vier weken. Dit land is vreselijk duur omdat veel plaatsen ontzettend ver uit elkaar liggen (zo van 1000 km) en dat doet nogal een aanslag op de plannen die ik had, maar ik heb nu het vizier volledig op de Amazone gericht.
Afgelopen zondag heb ik Morro de São Paulo verlaten. Ik heb zonder moeite de prijs voor de boottocht terug gehalveerd, wat me een beetje pijn deed, omdat ik voor de heenweg het drievoudige had betaald. Maar goed, even later stond ik weer op het busstation van Salvador. Omdat het me te veel pijn deed om daar nog een nacht te moeten slapen (herinneringen aan de good times met Marieke enzo) wilde ik kostte wat kost weg. En zo werd het Natal, waar ik nu nog ben. Ik liep twee Denen tegen het lijf met wie ik vandaag ben gaan surfen. We dachten dat we dat wel even zelf konden leren, uit kostenbesparing. De jongen van ons hostel legde ons toch maar even wat techniekjes uit en raadde ons aan om 2 boards voor z'n 3en toe doen, zodat we elkaar een beetje konden helpen. Eerlijk gezegd is het me gelukt om maar liefst twee keer zo'n drie seconden te gaan staan, maar daarna werden de gemoedelijke golfjes van eerst ineens hardcore spettergolven (Jeroen, broer, ik hoop dat je die term niet vergeten bent) en moesten we erkennen dat dit te veel van het goede was. Nu ga ik morgen naar Pipa met de boys en daar nemen we toch maar even lesje. Pipa is een surfstadje hier in de buurt en je schijnt er ook dolfijnen te kunnen spotten. Ik kan niet wachten!
Al met al geloof ik dat ik de smaak van het alleen reizen te pakken heb! Er blijven moeilijke momenten, maar daar wegen de hoogtepunten enorm tegen op.
liefs!
Sozinha, dat klinkt voor jullie waarschijnlijk als de zoveelste plek die ik bezoek, maar nee. Dit prachtige woord betekent letterlijk 'in je eentje' ('so' = alleen, 'zinha' = tje). Dat ben ik dus nu, sinds drie dagen.
Maar voor ik daar op in ga, laat ik even vertellen over het afscheid van Aracaju. Sinds mijn laatste bericht hebben we nog twee weken hard gewerkt en zo´n 70 van de 90 ontbrekende groeigegevens achterhaald. Fantastisch leuk om te doen! De perifriewijken voelen nu als mijn domein, al kom ik er nooit meer. En de mensen waren zo vriendelijk en behulpzaam in het vinden van vaccinatieboekjes dat Marieke en ik iedere keer weer blij waren als we weer een kolommetje konden invullen.
Vorige week vrijdag was ons afscheidsfeestje. We hadden op het laatste moment weten te regelen dat we het mochten houden in het strandhuis van onze begeleider Ricardo. Supermooi! Zwembad in de tuin, groot terras erbij.. Er kwamen wat minder mensen dan we hadden gehoopt, maar onze dichtste vrienden waren er wel en dat was het belangrijkste. Al heb ik er niet volledig van kunnen genieten, omdat het vooruitzicht dat dit de laatste keer was, al pijn begon te doen.
De dag erna zijn Marieke en ik naar Salvador gegaan, want vanaf dat zou maandag haar vlucht vertrekken. Bovendien konden Alexandre en Robinho, twee van onze beste vrienden die we vanaf het begin kenden, niet op ons afscheidsfeestje zijn, omdat ze dat weekend voor een bruiloft in Salvador waren. Dus we zouden hen daar ook nog tegenkomen. Uiteindelijk hebben we zaterdagavond met hun biertjes gedronken, zoals vanouds. Het was niet helemaal wat we er van hadden verwacht (we dachten meer in de trent van groots en meeslepend feesten), maar desondanks gezellig.
Maandagochtend nam ik afscheid van Marieke en was ik op mezelf aangewezen. Ik besloot naar Morro de São Paulo te gaan, een prachtig tropisch eiland voor de kust van Salvador, om even bij te komen van het gefeest in Aracaju, de hele ervaring daar een beetje te laten zakken, en te bedenken hoe ik wilde dat mijn komende maand reizen er uit zou zien. Dat blijkt me meer moeite te kosten dan ik had verwacht. Ik kan het eigelijk niet zo goed vinden met de standaard backpacker die niets anders doet dan blowen, drinken en op het strand liggen. En laat ik nou net het Israelische hostel gevonden hebben, met zo'n 20 samenhokkende isrealiers, die de wereld aan het verkennen zijn na hun dienstperiode (voor de reizigers onder jullie vast geen verrassing) . Ze zijn een beetje gesloten, maar wel aardig,(ik kan al 'ja' en 'nee' zeggen en tot vijf tellen), maar een echte klik mist. En dat is best eenzaam.
Maar ik ga de Footprint er maar eens bijpakken, en uitzoeken welke plaatsen me misschien meer te bieden gaan hebben. Gelukkig heb ik al gemerkt dat de brazilianen voor eeuwig aardig blijven, en maak ik allerlei praatjes met mensen op straat, wanneer ik alleen rondloop.
Misschien niet een al te vrolijk stukje dit, maar het is niet anders.
Liefs,
Floor
Afgelopen anderhalve week hebben we behoorlijk wat werk kunnen verrichten voor onze stage. We moeten namelijk wat groeigegevens alsnog achterhalen, omdat we pas onlangs hebben besloten om die te betrekken in het onderzoek. Niet dat het al eerder ter sprake gekomen was, maar Ricardo is er gewoon nooit op ingegaan. Terwijl het prima mogelijk blijkt om het beloop van het gewicht van de kinderen van de moeders te krijgen, mits ze hun groeiboekje meenemen naar het onderzoek (en dat blijken ze te doen!). Marieke en ik hebben besloten zelf achter de groeigegevens aan te gaan van de 80 kinderen die we tot nu toe in de scholen opgemeten hebben toen er nog geen groeiboekjes in het spel waren. Dit had nogal wat voeten in de aarde, want er werd van ons gedacht dat we dit niet zelfstandig zouden kunnen. Er moest dus van alles geregeld en besproken worden (of, zo noem ik het maar, wanneer het een paar dagen duurt om de juiste mensen te pakken te krijgen) waardoor het nog even duurde voor Marieke en ik daadwerkelijk de wijken bezochten waar we al geweest zijn in de afgelopen twee maanden.
Onze eerste actie was omslachtig, tijdrovend en niet zo effectief, maar wel heel erg leuk. Voor het bezoeken van 11 geselecteerde families hadden we iemand nodig die ons kon uitleggen hoe het snelst door de wijk, Santos Dumont, konden lopen. Door een schoolmedewerkster werden we verwezen naar Dona Arlete, een stokoude dame die al haar hele leven in Santos Durmont woonde en werkte. Zij tekende met een tegenwoordigheid van geest die niet onderdeed voor de onze een kaart van de wijk, inclusief snelste wandelroute. Daarna nodigde ze ons uit om te lunchen met een paar van haar kinderen en kleinkinderen. We wilden daarna eigenlijk meteen beginnen, maar we besloten even bij Ricardo te checken of we dit sociaal-technisch konden maken (we zijn gewaarschuwd door een lid van de onderzoeksgroep, dat het erg vreemd zou zijn om zomaar op iemands stoep te staan en om dat groeiboekje te vragen). Die vond dat er iemand met ons mee moest, en dus werd het verschoven naar de volgende dag. Toen ging Fransisco met ons mee, maar onze braziliaanse intermediair bleek het proces eigenlijk vooral te vertragen. Hij bleef zoveel mogelijk in de auto zitten, werd voortdurend gebeld en gebruikte omslachtig veel woorden voor de uitleg over ons bezoek bij de moeders.
Al na twee huizen besloten we het zelf te gaan proberen toen Fransisco weer aan het bellen was en binnen twee tellen stonden we weer buiten met de gegevens die we wilden. Dat komt waarschijnlijk doordat deze vrij brutale manier van informatie achterhalen door de mensen wordt geaccepteerd dankzij onze nog altijd exotische verschijning en ons schattige portugees. Wij voelen geen schroom (maar juist avontuur) als we door drie kinderen langs zandweggetjes naar een huis worden geleid en daarna naar een vreemde huiskamer worden gebracht. Bovendien kennen de meeste moeders ons nog van de dag dat hun kind werd opgemeten op school.
In de twee weken die ons nu nog resten in Aracaju gaan we ons dus op deze taak storten. Google Maps bleek zojuist van zelfs de kleinste wijkjes een plattegrondje te hebben, dus we hoeven geen wijkoudsten meer lastig te vallen en kunnen met onze fietsen langs de huizen. Verder kreeg ik bijna een hartverzakking toen bleek dat Fransisco van plan was om alle gegevens direct in tabellen in te voeren, in plaats van via een digitale versie van de papieren vragenlijst. Iets wat met 1500 kinderen en meer dan 250 items een veel te groot risico op invoerfouten oplevert. De reactie op mijn voorstel om toch zo'n digitaal formulier te maken was zo lauw ("Tja..maar denk je niet dat dat wel erg veel werk is..?") dat wij het nu gaan maken. En dat is echt een werkje van niets. Ik kan nog steeds niet geloven dat voor een onderzoek dat zoveel tijd, geld en moeite kost, waar bovendien een aantal mensen op gaat promoveren, niemand zich druk maakt om de kwaliteit van de dataverwerking. Maar goed.
Dit wordt een lang stuk, want ik zou dit gemopper graag willen afsluiten met wat achtergrondinformatie. Over het eten hier!
Wat aardappels-groente-vlees voor ons is, is voor hier voor werkelijk iedereen spaghetti-rijst-feijoão (bruine bonenstoofpotje)-stukje kip. Dit alles overgoten met farofa, een gelig poeder gemaakt van boter en meel om de boel een beetje mee op te leuken - al kan ik er niet helemaal mee uit de weg, omdat ik vind dat het weinig toevoegt. En verder is er altijd en overal vlees bij.
Gelukkig koken Marieke en ik bijna elke dag zelf, zodat we alsnog wat groenten binnen krijgen en het vlees weg kunnen laten (in ons appartement ben ik in ieder geval nog vegetariër..).
In stalletjes en winkeltjes waar je hier tussendoortjes kunt kopen, worden hier allerlei vormen van deeg met vlees of kaas verkocht. De eerste twee weken vond ik het nog wel leuk om te kijken wat er allemaal verkocht werd, maar intussen heb ik door dat het altijd dezelfde kleffe of juist veel te droge happen zijn. Er wordt nog wel een rozig goedje bij geserveerd met een naam die wordt uigesproken als ketjoepie , maar dat maakt het er niet veel beter op. We bewaren deze culinaire uitspattingen voor brakke dagen of busstations waar niets anders verkocht wordt.
Maar, gelukkig, hoe klein het stalletje ook moge zijn, er worden altijd minstens drie soorten sapjes verkocht. Mango, guave, passievrucht, sinaasappel en dan nog een hele rits aan vruchten waar ik de Nederlandse naam niet eens voor zou weten. Beetje gecrusht ijs er bij, soms nog wat melk en helaas altijd een berg suiker, maar het resultaat is heerlijk!
Naast de sapjes en de vruchten is er nog een ander lichtpuntje in het braziliaanse dieet: goiabada. Dat is een stevige gelei gemaakt van guave die verkocht wordt in plastic bakjes. Je kunt het in stukjes of plakjes snijden en je kunt er de meest fantastische combinaties met andere dingen mee maken. Creamcrackers, kaas, tapiocapannenkoekjes, maar vooral...creme de leite. Dat is een soort room op basis van melk dat het houdt tussen slagroom en crême fraîche en je kunt het over stukjes goiabada gieten. Goddelijk.
En speciaal voor Floor Vergouwe: ik kan niet wachten tot ik dit in Nederland kan combineren met gebakken geitenkaas en pecannootjes.. (beide minder wijd verkrijgbaar hier)
Nu weten wij de hoeveelheid eten van de hierboven beschreven middelen nog een beetje te beperken. Maar door het gestouw van de brazilianen zelf, is obesitas hier overal. De slanke meisjes die je per dag in het straatbeeld ziet zijn op een paar handen te tellen. Op plaatsen met voorzieningen voor minder validen, zoals de speciale rijen in de supermarkt en speciale stoelen in de bus, staat op de indicatieplaatjes behalve zwangere vrouwen en bejaarden ook obese mensen met een veelzeggend tekeningetje.
Dat weerhoudt de mensen, vrouwen eigenlijk, er niet van om strakke jurkjes zonder beha aan te trekken, of om op het strand een minibikinibroekje (waar ik overigens ook, volledig geïntegreerd, in rondhuppel. Er is al een foto gemaakt van mijn derrière. Door een keurige, minstens 50-jarige, vrouw.). Nul schaamte! Ze schuiven rustig hun enorme penzen voor Marieke's neus met de vraag of ze ook even bij hen de vetplooidikte wil meten. Hilariteit alom toen de tang vervolgens niet eens groot genoeg bleek te zijn voor de massa spek die er tussen moest.
Het is niet de bedoeling dat je die pondjes te veel er af sport of dieet. Liever liposuctie. Ik heb in een tijdschrift een artikel zitten lezen dat als kop had "Zo krijg je weer een perfect lichaam!" en waar vervolgens alle voors en tegens van verschillende plastische chirurgische ingrepen werden gegeven ("Houdt er bij een borstvergroting wel rekening mee dat je daarna nog een tijd uit de zon moet blijven"). Allerlei meisjes die we hier ontmoet hebben, sommige net 18, hadden al opgepompte borsten. Het is hier volstrekt normaal. Een voordeel: je kunt met zo'n voorgevel ook gerust een minibikinitopje aan trekken bij je broekje, want het blijft toch vanzelf zitten.
In principe mag ik het wel, die trotsheid waar iedereen zijn lijf mee torst. Maar als ik dan ook kinderen van 5 zie die een grote bloeddrukmeterband om moeten omdat hun arm al de proporties heeft van een volwassen arm, zou ik willen dat mensen er een wat groter probleem van maakten. Globo, een van de grooste tv-zenders, zendt allerlei compagnefilmpjes uit, van denguepreventie tot het belang van naar school gaan. Maar wat zou het mooi zijn als er daar één aan werd toegevoegd, over dat die spaghetti bijvoorbeeld best vervangen zou kunnen worden voor een glanzende, rode, sappige tomaat (in verste verte niet te vergelijken met die waterbommetjes van de Appie).
Liefs van jullie wereldverbeteraar
Floor
Onze onderzoeksspirit bereikte z'n dieptepunt toen bleek dat we tussen 20 en 30 juni geen werk zouden hebben. De aanstaande Festas Juninhas, nationale feestdagen São João en São Pedro en de wedstrijden voor de Copa zouden er volgens Ricardo voor zorgen dat iedereen vrij nam in de tussenliggende dagen en het openbare leven een beetje op z'n gat kwam te liggen. En omdat Aracaju al weken grijs, onvoorspelbaar en regenachtig is, besloten we onze heil maar weer eens op nieuwe plaatsen te zoeken. Eerst een weekend Recife, een koloniale stad 8 uur naar het noorden waar nog wat Nederlandse resten historie ronddwalen. Daarna een weekend Chapada Diamantina, een natuurgebied 6 uur ten zuiden van Aracaju.
De Nederlandse roots in Recife, in de vorm van een aantal forten langs de kust, vielen wat tegen. De forten waren gesloten of waren eigenlijk niet meer dan een stenen gebouw met nepkanonnen. Maar Olinda maakte alles goed. Dit dorpje naast Recife staat op de wereld erfgoedlijst van UNESCO en is één en al kneuterigheid met kleurige koloniale huizen in smalle straatjes op een heuvel. Ik vond het echt prachtig.
Verder hebben we een avondje forró gedanst met twee armbandjes-verkopers, (wat nog erg stijfjes ging), alle visjes geprobeerd die de eigenaresse van een klein strandbarretje te bieden had en 's zondags Brazilië-Ivoorkust gekeken. Wat een feest! Duizenden mensen dansend en drinkend op het strand voor een gigantisch scherm. We hadden bovendien het volkslied uit ons hoofd geleerd, dus we hebben ons lekker staan uitsloven toen de eerste noten over het strand schalden. En zo hadden we er per direct tien vrienden die ons bij elke goal om de nek vlogen en ons gratis oesters voerden. Goeie wedstrijd.
De volgende dag vielen ons twee grote flatgebouwen aan de rand van het oude centrum op, en we besloten te kijken of we misschien naar binnen konden. We hadden een mooi verhaal over bouwkundestudenten opgehangen, maar dat bleek inadequaat. De portier fluisterde na wat overleg dat hij even zou doen alsof we een van de appartementen wilden kopen, dan konden we wel even naar de 29e verdieping. Hoe mooi! Het appartement was nog leeg, kaal en lelijk, maar het uitzicht was fantastisch.
Toen we vorige week maandag terugkwamen in Aracaju, waren ook hier de Festas Juninhas goed en wel begonnen. Het is echt een volksfeest, waar in alles in het teken staat van de cowboy-achtige tradities van Noort-Oost Brazilië, geconcenteerd rondom nationale feestdag São João. Dit kende ik nog helemaal niet voor ik naar dit land vertrok, maar het deed dus allemaal een beetje country&western aan. Gevlochten hoeden en geruite bloezen voor de mannen, en voor de vrouwen bloemenjurken en vlechten in het haar. In forró-muziek hoor je vooral veel accordeon over een eigenlijk vrij simpel ritme. Totaal anders dan de ritmische percussie van samba. De markt in het centrum was elke avond vol met wederom duizenden mensen die zich volpropten met bier en traditioneel eten (veel zoetigheid van tapioca, kokos en geconcenseerde melk) en tussen door lekker tegen elkaar stonden te schuren. Het was eigenlijk te druk om van de muziek te kunnen genieten, dus ik ben er maar één avond geweest en besloot dus de volgende dag om muzikale grootheid Gilberto Gil maar te over te slaan. Maar toch leuk om het even mee te hebben gekregen.
Na deze paar dagen Aracaju, stapten we afgelopen vrijdagavond in de bus naar Lençóis, in de Chapada Diamantina. Die dag had Brazilië gespeeld en we hadden de wedstrijd gekeken in het huis van Alexandre. De gezelligheid daar zorgde er echter voor dat we een beetje onvoorbereid de bus instapten: zonnenbrillen, zonnenbrand, muggenspul en..camera bij hem laten liggen. En dat in een gebied met de mooiste treks van Zuid-Amerika. Dus tja, google het maar.
Na een dramatische heenreis van meer dan 48 uur omdat we door een van onze overstapplaatsen heen sliepen, kwamen we pas zondagochtend in Lençóis aan. Maar gelukkig hebben we diezelfde dag nog een gids gevonden die ons drie dagen lang over de hoogvlaktes, het dal in, een piek op en weer terug heeft geleid.
Vanaf de hoogvlaktes keken we uit over een gigantisch uitgestrekt dal, Valle de Paty, met daarin verschillende pieken, waarachter weer een ander dal lag, Valle de Calista. We hebben heel stijl gestegen en afgedaald, in een waterval gezwommen, via een grot een berg doorkruist en vanaf diezelfde berg 700 meter omlaag gekeken. Daar lag het dal aan onze voeten; groene stukken bos, uitgestrekte graslanden, rotspartijen, af en toe een stuk rivier en in de verte een waterval. Het was zo indrukwekkend, dit was echt een van de mooiste plekken waar ik in de wereld geweest ben.
We sliepen 's nachts twee keer op dezelfde plek, bij mensen die al generaties lang in het gebied wonen en nu leven van toerisme en wat landbouw. Er was nog een andere groep die veel groter was en we waren het er meteen over eens dat we blij waren dat wij maar met z'n tweeën waren. Zo konden we overdag het tempo er een beetje inhouden en tegelijk onze gids Bimbo leren kennen. Dit was weer een moment waar op ik besefte hoe blij ik ben dat ik de taal hier spreek. Het is zo makkelijk om veilig Engels te blijven praten met je mede-reisgenoten en het te hebben over dingen die je in Nederland ook kunt bespreken. Maar ik vind het echt veel leuker om te kijken wat er in hoofden van de mensen hier zit. Zo kwam er onder het lopen ineens een stuk levensverhaal van Bimbo uit, en stond ik op een ander moment naar de Ipod van een van de andere gidsen te luisteren, die per zin uitlegde waarom hij de tekst zo goed vond.
Afgelopen donderdagavond na 16 uur bus kwamen we weer terug bij ons stadje. Marieke met een overbelaste knie, die er voor zorgde dat ze 20 km met gestrekt been heeft afgelegd. En ik, als een kleuter na een dagje buitenspelen, met gebutste schenen en knieën van alle rotsblokken waar we over heen geklommen zijn. Maar dat was eigenlijk nog niets bij de continue frustratie van dat ik alle mooie uitzichten niet heb kunnen fotograferen..
Door onze trek hadden we de voetbalwedstrijden gemist, maar via een radio'tje in het verder communicatieloze gebied van Valle de Paty hadden we nét meegekregen dat zowel Nederland als Brazilië hun wedstrijden gewonnen hadden en elkaar zouden treffen.
En dus zaten we gister klaar, wederom in het huis van Alexandre (die met dat zwembad, ja). De eerste helft was het nog makkelijk om voor ons land te juichen, want we zouden toch wel verliezen, zeg maar. Beetje compassie voor je land tegen beter weten in, dacht ik nog. Marieke niet overigens, die verwisselde al in de rust haar oranje t-shirt voor een geelgroene. Maar toen het tij zich keerde en jullie waarschijnlijk allemaal juichend in de kroeg zaten te bejubelen hoe fantastisch het allemaal wel niet was, zakte bij ons de temperatuur van de atmosfeer tot ver beneden nul. Gewonnen. Jeee. Dag vrije dagen, dag gezelligheid, dag trotse vlaggetjes die het straatbeeld opleuken.
Dit land is in rouw.
Gelukkig zijn er plaatsen als de Chapada Diamantina. Daarbij verbleekt zelfs de Copa.
Liefs!
Ontzettend bedankt voor alle verjaardagswensen! 23, en weer een stap verder de volwassen wereld in, waarin het alleen nog draait om de tientallen.
Mijn verjaardag zelf heb ik om middernacht ingeluid met Maisa en Dudu, in een wat sleezy barretje met goedkoop bier, een pooltafel met te kleine pockets en Marieke die het hele Nederlandse repertoire voor me heeft gezongen. Hartverwarmend! De volgende dag was vrij rustig, maar ik heb wel met Marieke enorme stukken taart gegeten, dat voelde heel feestelijk. 's Avonds kwamen Barbara en Débora eten, en zijn we met Robinho en Alexandre erbij in hetzelfde barretje als de avond ervoor geëindigd.
Want het draaide eigenlijk allemaal om zaterdag. Alexandre stelde uiteindelijk zijn huis beschikbaar. Zijn ouders hebben een enorm huis met dito tuin (zwembad, pooltafel, overdekt stuk met bar), dus dat was ideaal. Een andere vriend, Kitu, had zijn draaitafel meegenomen en heeft de hele nacht staan psytrance de ruimte in geblazen, terwijl er allerlei mensen binnendruppelden. Ik geloof dat de brazilianen er nog meer naar toe leefden dan wij! Ik had zelf zo rond de 15 mensen uitgenodigd, maar iedereen had z'n vrienden opgetrommeld, waardoor het behoorlijk vol was. We concludeerden dat Aracaju waarschijnlijk écht heel saai is als je er lang woont..
En verder, zie de foto's!
Oh en gefeliciteerd met onze eerste overwinning op de Denen! Marieke en ik hebben de wedstrijd gekeken met twee Deense jongens die hier een uitwisselingsjaar doen. Tja, het was pijnlijk voor ze. Om onze enigszins eenzame feestvreugde door te zetten, zijn we daarna in onze oranje outfits de stad in getrokken om foto's te maken van onzelf met alles wat oranje is. Het resultaat is, samen met een sfeerimpressie van mijn verjaardag, te zien bij de foto's. Trouwens, we kregen -natuurlijk- veel opmerkingen bij het maken van de foto's, maar de "Ah, Duitsers zeker?" sloeg wel alles.
En nu zitten Marieke al klaar in onze alternatieve outfits, groen-geel, om zo de Brazilianen aan te moedigen. De straten beginnen al leeg te lopen..
Liefs!
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.