Onderzoek en rondreizen in Brazilië

Richting de Amazone

Afgelopen anderhalve week ben ik hele noordkust afgereist, naar Belem (zeg: Beleeng), de grootste havenstad van de Amazonerivier, die hier in zee uitkomt.

Na Natal ben ik met de twee Denen en twee Nederlandse meisjes naar Pipa gegaan. Daar wilde ik temidden van witte stranden (het zal eens niet zo zijn), rotspartijen en een dolfijnenbaai mijn surftechnieken verfijnen. Steffen, een van de twee Denen, had precies dezelfde ambitie en samen hebben we dus drie dagen de golven getrotseerd, en met succes!
Tussendoor heb ik met hem nog langs de kleinere straatjes van het dorp gestuind, de locale club met enorm foute house onveilig gemaakt en de dolfijnenbaai verkend. Het was niet zo moeilijk om de dolfijnen te vinden, want ze speelde eigenlijk de hele dag tussen de toeristen, maar dat maakte de belevenis er niet minder van. We hoefden maar 15 meter de zee in te zwemmen en ze kwamen al op drie meter langs zwemmen. Echt prachtig, het voelt heel intiem om het water te kunnen voelen bewegen door de aanwezigheid van die dieren. Met hun gespuit (helaas geen sprong gezien) en hun net hoorbare geklik onder het wateroppervlak lieten ze toch wel even voelen dat zij degenen waren van wie die baai eigenlijk was.

Na Pipa ben ik in de bus gestapt naar São Luis, een koloniale stad met veel oude Portugese architectuur. In deze bus kwam ik na twee weken non-stop backpackers om me heen terecht tussen de braziliaanse families die terugkwamen van vakantie aan de noordoostkust. Heftige discussies over God en over de president vlogen me om te oren, en daarna braken twee studenten het ijs door met me te gaan kletsen. Na een half uur wisten alle mensen om me heen mijn naam en was het signal groen voor een meisje van 9 om mijn portugees op de hak te testen ('Zeg eens 'Melhor'. Nee, nee, me-lhor. Nee! Ooooh. Het is melhor! Mèè-lll--jjj-oooo-ggghh)' en voor de mannelijke helft van het studentenstel om me knipogend te vertellen dat ik hem vooral moest bellen als ik nog uitwilde ik São Luis. Niet gedaan.

Toen ik in São Luis eenmaal langs allerlei mooi betegelde huizen aan het wandelen was, werd ik aangesproken door een ander stel (hij Braziliaan, zij Chinees, beide student in Parijs) die me later uitnodigden voor een biertje en daarna om bij zijn familie te komen logeren In Belem . Maar natuurlijk! Ze boden me ook nog aan om me op te komen halen van de bus wanneer ik aan zou komen, ontzettend lief.
Ik ben alleen die middag in São Luis gebleven, want de volgende dag wilde ik naar de Lençois Maranhenses, een duingebied zo groot dat het een woestijn lijkt. Omdat ik de dag daarna al weer in de bus naar Belem zou stappen, had ik een behoorlijk strakke planning met precies drie kwartier om in de brandende zon met backpack zowel te lunchen als zo goedkoop mogelijk een tour te regelen voor die middag. Maar het lukte en en even later zat ik in een hobbelige 4x4 op weg naar het duingebied. Eenmaal op de hoogte duin was het uitzicht verpletterend mooi en heel even waande ik me terug aan de rand van de Sahara van Tunesië. Maar tussen deze witte duinen lagen stralend blauwe zoetwater meertjes, bestaande uit opgespaard regenwater. Ik heb de groep even ontweken en heb een meertje voor mezelf gezocht: geen mensenstemmen, total wit zand, en dan nog een beetje wind en kabbelend, glashelder water. Echt prachtig.

De volgende dag heb ik ‘s ochtends wat boodschapjes gedaan in het stadje bij de Lençois en toen ik in het haventje een boekje aan het lezen was, kwam er een oudere man met met kletsen die even later vroeg of ik zin had om de tijd die ik op de bus moest wachten, bij zijn familie door te brengen. Ja hoor! En zo zat ik even later het huis van deze Manuel, en ontmoette ik mijn eerste braziliaanse naamgenoot, zijn vrouw Flor. Ik heb de rest van de ochtend met de familie gegeten. Daarna heb ik met Manuel en Flor vanuit hangmatten het schandaal rondom de moordzaak van Bruno, een voetballer van Flamengo (club uit Rio) doorgenomen, de nederlandse voetbalselectie besproken met de kleinkinderen, foto's gemaakt van hun pogingen tot handstanden en ten slotte nog aan de kleinste van 5, de underdog, geleerd hoe hij een megairritant geluid kon maken met het tuutje van zijn ballon, zodat hij z'n broertjes een beetje terug kon pakken. Echt hartverwarmend.
En na een nachtrit naar Belem werd ik inderdaad opgewacht door het braziliaans/chinese stel. Ik heb geslapen in het leegstaande appartement van zijn vader, waar niets anders hing dan mijn net gekochte hangmat. Ik heb de rest van de middag en avond met hen doorgebracht, en tussendoor een bootticket gekocht naar Manaus, de hoofdstad van de Amazone. De meeste mensen vliegen dit, maar ik wil het beleven. Vanavond stap ik aan boord en zal ik 5 dagen omringd zijn door nog meer brazilianen , veel water en hopelijk af en toe wat dorpen. Misschien moet ik toch mijn boeken maar bovenin mijn backback stoppen..

Tot volgende week!

Floor

Reacties

Reacties

Guido

Eén woord: wow!!

lisa

klinkt alsof de positieve kanten van het alleen reizen beginnen te winnen van de negatieve kanten.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!